Samenvattingen

 

Dinsdag 17 maart 2020 organiseren we de zesde lezing van seizoen 2019 - 2020: Dr. Ir. Bart Root presenteert een lezing met als titel: Rond de wereld met with prof. Vening Meinesz en zijn Gouden Kalf aan boord van de Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. K-XVIII submarine.

Beknopte cv:

Bart Root is lector bij de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de TU-Delft. Hij is gespecialiseerd in het modelleren van de zwaartekracht van hemellichamen, de isostatische aanpasssing van de aardkorst na de laatste ijstijd en het ontwikkelen van systemen voor het volgen van satellieten.

Samenvatting lezing:

Het levenswerk van prof. Vening Meinesz was het uitvoeren van zwaartekrachtmetingen over de gehele aardbol aan boord van Nederlandse onderzeeboten, gedurende een peiode van 37 jaar. Hij voerde de metingen uit met behulp van een slingerinstrument van eigen ontwerp, dat door de matrozen het Gouden Kalf werd genoemd. Toto 1950 was dit instrument het enige meetinstrument in staat om het zwaartekrachtsveld van de aarde met hoge precisie te meten.

In 2014-2015 heeft een projectgroep van de TU-Delft het werk van Vening Meinesz in kaart gebracht, zolas te zien is op de website: expeditiewikipedia.nl/#vening-meinesz. In de lezing zal Bart Root dit project toelichten en ons meenemen naar vele geologisch interessante gebieden op de aarde en hun afdruk in het zwaartekrachtsveld van de aarde.

 

Dinsdag 18 februari 2020 organiseren we de vijfde lezing van seizoen 2019 - 2020: Prof. Dr. John Heise presenteert een lezing over "Hubbel-trouble: Crisis in de Kosmologie?".

Beknopte CV:

Prof. dr. John Heise is verbonden aan Universiteit Utrecht en SRON. Hij is als röntgenastronoom gespecialiseerd in hoogenergetische verschijnselen in het heelal. Zijn expertise ligt bij compacte objecten, zoals neutron-sterren en zwarte gaten. Een ander object van zijn interesse is het ontstaan en de ontwikkeling van het heelal.

Samenvatting lezing:

Tot voor kort was iedereen het eens over het juiste kosmologische model. Het werd vanwege die eenstemmigheid het "concordantie model" genoemd. Maar sinds kort zijn er een paar problemen gesignaleerd. De precieze expansie van het heelal (de Hubbleconstante) blijkt verschillend volgens verschillende meetmethodes.

Een belangrijke meting van de expansie van het heelal is op basis van Supernovae Ia, onder de veronderstelling dat dit 'standaard-kaarsen' zijn: allemaal dezelfde intrinsieke helderheid. Uit een verbeterde ijking blijkt dat dit niet het geval lijkt. Als dit bevestigd wordt, heeft het dramatische consequenties voor het heelalmodel: wellicht bestaat Donkere Energie helemaal niet.

link naar pdf van de slides van 18 februari 2020

Dinsdag 21 januari 2020 organiseren we de vierde lezing van seizoen 2019 - 2020: Dr. Jos Loonen presenteert een lezing over Gammaflitsen.

Beknopte cv:

Jos Loonen is in 1972 afgestudeerd als sterrenkundige in Utrecht. Hoewel hij sindsdien werkzaam was buiten het astronomische vakgebied (in onderwijs en uitgeverij), bleef hij actief in de popularisering van de sterrenkunde, in lezingen en bijdragen aan de jaarlijkse Sterrengids van de stichting De Koepel.

Samenvatting lezing:

Gammaflitsen (gamma bursts) zijn korte, maar heftige uitbarstingen van gammastraling in het heelal. Sinds de ontdekking, in de 60’er jaren van de vorige eeuw,  waren hun aard en oorsprong lang raadselachtig. Pas in de laatste 20 jaar hebben we inzicht verworven in wat ze zijn. We weten nu dat het de heftigste uitbarstingen in het heelal zijn, ze stoten vele malen meer energie uit dan supernova’s.

In de lezing wordt ingegaan op de historie en de aard van de gammaflitsen, ultramoderne, maar voor iedereen begrijpelijke sterrenkunde.

 

 

 

Dinsdag 17 december 2019 organiseren we de derde lezing van seizoen 2019 - 2020: Dr. Jelle de Plaa presenteert een lezing over Het heelal in röntgenstraling.

Beknopte cv:

Jelle de Plaa studeerde van 1998 tot 2002 sterrenkunde in Utrecht en promoveerde in 2007 bij SRON. Na een post-doc van 2 jaar bij Lucht- en ruimtevaarttechniek in Delft en het KNMI in de Bilt is hij sinds 2009 weer in dienst bij SRON. Daar is hij als wetenschappelijk programmeur betrokken bij het voorbereiden van nieuwe meetinstrumenten en het ontwikkelen van software voor de verwerking van waarnemingen door röntgentelescopen.

Samenvatting lezing:

Clusters van melkwegstelsels zijn in veel opzichten de grote steden van ons heelal. Ze bestaan uit wel 100 tot 1000 melkwegstelsels die binnen een diameter van enkele miljoenen lichtjaren samengepropt zijn. Elk melkwegstelsel bestaat op zijn beurt weer uit ongeveer 100 miljard sterren zoals onze Zon.

Van ons eigen melkwegstelsel weten we dat er voortdurend sterren ontstaan, zoals in de Orionnevel, maar ook dat er sterren ontploffen in zogenaamde supernova-explosies. Tijdens die explosies ontstaan allerlei chemische elementen die aan de basis staan van het leven op Aarde. De sterren ontploffen met zoveel geweld, dat er flinke massa’s heet gas van miljoenen graden Celsius het heelal in worden geslingerd. Die uitlaatgassen blijven als een smog in de omgeving van een melkwegstelsel hangen.

In een cluster van melkwegstelsels zijn die gassen het beste te zien in röntgenstraling. In 1999 zijn er twee baanbrekende röntgentelescopen gelanceerd: XMM-Newton (ESA) en Chandra (NASA). Met behulp van deze instrumenten kunnen we heel veel over het hete gas in ons heelal en de ontploffende supernovae te weten komen. In zijn lezing vertelt Jelle de Plaa over zijn onderzoek naar de samenstelling van het hete gas in clusters van melkwegstelsels en wat daaruit op te maken valt over de grote supernova-explosies die de elementen vormden waar wij uit bestaan.

 

In de komende jaren worden er nieuwe röntgentelescopen gelanceerd die het onderzoek aan clusters een stap verder zullen brengen. Wat kunnen we van deze nieuwe instrumenten verwachten?

 

 

 

 

 


Samenvattingen 2016-2017

Op dinsdag 28 maart 2017 presenteren we de zesde en laatste lezing van het seizoen 2016-2017. Prof. Henny Lamers zal spreken over “Het nieuwe Heelal: de mooiste resultaten van de Hubble Space Telescope”.

Beknopt CV

Henny J.G.L.M. Lamers (1941) studeerde natuurkunde en sterrenkunde in Nijmegen, Utrecht en Princeton (USA). Hij is emeritus-hoogleraar "Astrofysica en Ruimte Onderzoek" aan het Sterrenkundig Instituut van de Universiteit Utrecht. Hij heeft aan vele Amerikaanse universiteiten gewerkt. Zijn onderzoeksterrein bestrijkt vele facetten van sterevolutie en massaverlies. Hij was voorzitter van de selectiecommissie voor het waarnemingsprogramma voor sterren met de Hubble Space Telescope (HST). De laatste jaren doet hij onderzoek met de HST naar botsende melkwegstelsels. Hij publiceerde meer dan 400 wetenschappelijke artikelen in internationale vaktijdschriften en meer dan 25 artikelen voor leken. Hij is de auteur en editor van zeven boeken. 

Samenvatting lezing 

Sinds zijn lancering op 24 April 1990 heeft de Hubble Ruimte Telescoop een schat van opnamen gemaakt. Door de hoge kwaliteit van de telescoop en door zijn baan ver boven de aardse dampkring kunnen niet alleen veel scherpere opnamen worden verkregen dan vanaf de aarde, maar ook bij veel meer golflengten, o.a. in het ultraviolet.

Met de bestudering van die opnamen hebben we antwoord gekregen op een aantal vragen over de kosmos. Maar er zijn veel meer nieuwe vragen bijgekomen. Op een aantal gebieden heeft de Hubble zelfs een revolutie in ons denken over de kosmos veroorzaakt.

Veel foto’s hebben de pers gehaald. Maar slechts af en toe wordt er uitgelegd wat daarmee ontdekt is. Aan de hand van spectaculaire opnamen van de Hubble en met prachtige computersimulaties zullen de mooiste resultaten en de spectaculaire nieuwe inzichten besproken worden, onder andere over:

- het ontstaan van sterren

- de dood van sterren

- het ontstaan van melkwegstelsels.


Op dinsdag 17 januari 2017 organiseren we de vijfde lezing van het seizoen. Dr. Ir. Dominic Dirkx zal een presentatie houden over: “De positionering van planetaire missies”.

Beknopt CV

Dominic Dirkx is in 2011 afgestudeerd aan de TU Delft op de optimalisatie van de externe vorm van re-entry vehicles. Hierna heeft hij zich bezig gehouden met een andere kant van de ruimtewetenschap, met een onderzoek op het gebied van “Interplanetary Laser Ranging “, een techniek om de afstand tussen de Aarde en planetaire missies tot op enkele mm nauwkeurig te meten, waarop hij in 2015 gepromoveerd is.

Vervolgens heeft hij een postdoc gedaan bij het Joint Institute for VLBI (Very Large Base Interferometry) Europe (JIVE), waar hij analyses heeft uitgevoerd van de wetenschappelijke bijdrage van het PRIDE (Planetary Radio Interferometer & Doppler Experiment) op de JUICE (onderzoek van Jupiter en zijn manen) - missie. Sinds Februari 2016 is hij werkzaam als universitair docent aan de TU Delft, waar hij zich bezighoudt met onderzoek naar nieuwe methodes om de posities van planetaire missies te bepalen, met een nadruk op de toepassing in de planetaire wetenschappen.

Samenvatting lezing

In zijn lezing zal hij een breed overzicht geven van de wetenschappelijke kant van de positionering van planetaire missies: Hoe meten we de beweging van satellieten en landingsvaartuigen in het Zonnestelsel, wat is de wetenschappelijke informatie die wij hieruit kunnen afleiden, en wat zijn de kansen en uitdagingen voor de toekomst van dit vakgebied.


Op 17 januari 2017 zal Prof. E. van den Heuvel spreken over “Leven na de dood van Sterren: Witte Dwergen, Zwarte Gaten en Neutronensterren”.

Beknopt CV

Ed van den Heuvel (geboren in Soest 2-11-1940) is emeritus-hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij van 1974 -2005 directeur was van het Sterrenkundig Instituut. Hij studeerde wis-, natuur- en sterrenkunde aan de Universiteit van Utrecht, waar hij in 1968 promoveerde op een onderzoek naar de rotatie van sterren. In 1970 werd hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Brussel en in 1974 in Amsterdam. Hij deed onderzoek aan het ontstaan van neutronensterren en zwarte gaten en ontving voor zijn werk o.m. een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit van Leuven (1994), de Spinozaprijs (1995), de Descartesprijs van de Europese Commissie (2002), en een aantal andere nationale en internationale onderscheidingen. Hij is onder meer Honorary Fellow van de Indian Academy of Sciences in Bangalore en van de Royal Astronomical Society in Londen. Hij vervulde leidende functies in het Nederlandse sterrenkundig onderzoek en het Nederlandse en Europese Ruimteonderzoek (o.m. als voorzitter van SRON), en was oprichter van het Artis Planetarium in Amsterdam.

Samenvatting lezing

 Neutronensterren zijn de meest compacte concentraties van “normale” materie die we in de natuur kennen, met de sterkste zwaartekrachtvelden. Met een massa van zo’n 400 000 maal die van de Aarde hebben ze een middellijn van slechts 20 kilometer, niet meer dan die van Amsterdam. In feite zijn het reusachtige atoomkernen bijeengehouden door de zwaartekracht. Alles aan een neutronenster is extreem: de zwaartekrachtsversnelling aan hun oppervlak is 1011 maal die van de Aarde en hun magneetveld is 108 tot 1014 maal zo sterk als dat van de Aarde. De meeste van de thans bekende meer dan 2000 neutronensterren worden waargenomen als radio-pulsars: zeer regenmatig pulsende bronnen van radiostraling aan de hemel: de puls periode is de periode waarin de ster om zijn as wentelt: de snelst bekende draait meer dan 700 keer per seconde om zijn as.


Op dinsdag 13 december 2016 presenteren we de derde lezing van het seizoen. Dr. Daphne Stam zal spreken over “LOUPE, waarnemingen vanaf de maan”.

Samenvatting lezing

In 1995 werd voor het eerst een planeet bij een andere ster gevonden. Inmiddels weten we dat bijna elke ster aan de hemel planeten heeft, waaronder ook kleine en rotsachtige planeten zoals de aarde. Veel van de nu bekende exoplaneten draaien in nauwe banen om hun ster heen, hun oppervlaktetemperatuur zal honderden graden Celsius zijn. Er zijn ook planeten die ver van hun ster staan: daar zal het tientallen graden onder nul zijn. Maar we kennen ook planeten in de ‘bewoonbare’ zone van hun ster. De hoeveelheid warmtestraling is precies goed om vloeibaar water mogelijk te maken, essentieel voor leven zoals wij dat kennen. Recent nog werd de ontdekking van zo'n 'bewoonbare' planeet bij de ster Proxima Centauri bekend gemaakt. Een eerste stap in de zoektocht naar buitenaards leven lijkt het zoeken naar de aanwezigheid van water te zijn.

Wat weten we nu over de nu bekende exoplaneten, welke sporen kunnen een teken van leven zijn zoals wij dat kennen, en hoe denken astronomen die sporen te zullen kunnen vinden op planeten die vele lichtjaren ver weg van ons staan?

In deze presentatie zal de wetenschappelijk vraag en de werking van LOUPE worden uitgelegd. LOUPE is een instrument dat bij L&R van TUD in samenwerking met Astronomie in Leiden wordt ontwikkeld. LOUPE zal niet op een exoplaneet gericht worden, maar vanuit de ruimte, liefst vanaf de maan, onze aarde waarnemen alsof het een exoplaneet is. Die metingen zullen helpen om toekomstige metingen aan exoplaneten te interpreteren.


Op dinsdag 15 november presenteerden we de tweede lezing van het seizoen. Ir. Heero Bakker zal spreken over “Bestaat anti-zwaartekracht en wat zou dat betekenen voor de kosmologie?” 

Samenvatting lezing

Al sinds het ontdekken in de dertiger jaren van de vorige eeuw van antimaterie speelt de vraag of antimaterie omhoog “valt”. Dat wil zeggen dat materie en antimaterie elkaar afstoten in plaats van aantrekken. De algemene opvatting onder natuurkundigen was tot vóór enkele jaren dat antimaterie gewoon naar beneden valt, je werd niet serieus genomen als je wat anders beweerde!

Daar is verandering in gekomen door enkele wetenschappers die met goede nieuwe argumenten (op grond van de symmetrie eigenschappen van de Algemene Relativiteitstheorie) beweren dat antimaterie wél naar boven valt. Inmiddels is een aantal experimenten (ALPHA, AEGIS en GBAR) opgestart (o.a. bij de grote versneller van CERN in Genéve), daar zal ik wat over vertellen. Aan één van die experimenten (AEGIS) kan je zelfs meedoen door de sporen van deeltjes (op filmpjes te zien) te analyseren en naar CERN terug te sturen!

Waarom wordt er nu zoveel belang aan gehecht om te weten of antimaterie omhoog “valt”? Dat is omdat het hele grote repercussies heeft voor de kosmologie, het zou een totale revolutie betekenen. Vooral Dragan Hajdukovic en Massimo Villata hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van een nieuw kosmologisch model. Ik zal vaak refereren aan hun werk.

De zoektocht naar de (onvindbare) donkere materie (DM) en donkere energie (DE) kan gestaakt worden, de effecten van DM en DE kunnen worden verklaard door (gepolariseerde) virtuele kwantumgravitatiedipolen, (die een gevolg zijn van antigravitatie). Ook de raadselen van het onbegrepen inflatieveld, de verdwenen antimaterie en de (berekende) absurd grote vacuümenergie die uit het standaardmodel tevoorschijn komt, kunnen misschien worden opgelost.


Dinsdag 18 oktober 2016: Dr. H.A.R. den Bruin

"Spectaculaire verbetering weersverwachtingen"

 


Samenvattingen 2015-2016


Lezing Prof. Bert Vermeersen, 15 december 2015


Lezing Ir. Heero Bakker, 17 november 2015

 

"Exoplaneten en de Drakevergelijking"

De laatste paar jaar zijn er duizenden exoplaneten ontdekt, zowel met de ruimtetelescoop Kepler als met grote aardse telescopen. Een vrij groot gedeelte van die planeten bevindt zich in de zogenaamde “bewoonbare zone” (daar is vloeibaar water mogelijk). Een klein aantal daarvan is “aardachtig”. Schatting geven aantallen van miljarden aardachtige planeten in ons melkwegstelsel. 

De vraag is: kunnen we verwachten dat een (groot) aantal daarvan leven of zelfs intelligent leven huisvest? De Drake-vergelijking is een hulpmiddel om daarvan een schatting te maken.De afgelopen jaren zijn daarover vele publicaties verschenen. Aan de hand van een aantal recente boeken over dit onderwerp ga ik in op die vraag “Is er intelligent leven in onze Melkweg”. Ik bespreek aan welke voorwaarden moet worden voldaan wil je een planeet leefbaar te noemen. Dat zijn er vele! Ook moeten de voorwaarden gedurende zeer lange tijd (miljarden jaren) gehandhaafd blijven. En ook, eventuele calamiteiten mogen gedurende die periode niet zo groot zijn dat alle leven van de planeet verdwijnt.Verder ga ik in op het ontstaan van leven en de evolutie daarvan op “maagdelijke” planeten en de eventuele kans op “bevruchting” via andere planeten. Tot slot probeer ik een schatting te geven van de tijd dat eventueel geëvolueerde intelligente wezens een hoogstaande technologische samenleving kunnen handhaven en zo de kans op contact in te schatten.  


Lezing Drs. J.T. Pijlo over Sterclusters

Mevr. Pijlo is bezig met haar promotieonderzoek naar sterclusters aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit Leiden. Voorheen heeft zij haar bachelor Natuurkunde, bachelor Sterrenkunde en Master Sterrenkunde aan de Universiteit van Leiden gehaald.

 

Sterrenhopen vormen belangrijke onderdelen van melkwegstelsels en de meest bekende soorten sterrenhopen zijn de bolvormige sterrenhopen (Globular Clusters) en open sterrenhopen (Open Clusters). Bolvormige sterrenhopen bestaan uit tientallen duizenden tot miljoenen sterren en zijn zeer sterk gebonden, terwijl open sterrenhopen doorgaans maximaal een aantal duizenden sterren bevatten en een veel minder sterk gebonden systeem vormen. Maar hoe zagen die sterrenhopen er in het begin uit (hoe massief, hoe groot), direct na hun vorming, of beter gezegd, nadat al het gas uit de cluster was verdwenen? Dat is een van de onderzoeksvragen en in deze lezing zal zij laten zien hoe ze op die vraag een antwoord proberen te geven.