Samenvattingen

  Dinsdag 20 maart organiseren we alweer de laatste lezing van het lopend seizoen, getiteld

 “Of toch geen donkere materie? “ door Prof. John Heise.

Beknopt CV

Prof. dr. John Heise is verbonden aan Universiteit Utrecht en SRON, het nationale instituut voor ruimteonderzoek in Nederland. Hij is als röntgenastronoom gespecialiseerd in hoogenergetische verschijnselen in het heelal. Zijn expertise ligt bij compacte objecten, zoals neutron-sterren en zwarte gaten.

Samenvatting lezing

In deze lezing zal hij vooral over het heelal als geheel spreken met als focus het verschijnsel “donkere materie”. Hij zal de verklaring van Prof. Verlinde over dit onderwerp behandelen, aangevuld met een recente ontwikkeling voor de verklaring van de fluctuaties in de Kosmische Achtergrondstraling op basis van een holografisch heelalmodel. Daarin is geen donkere materie nodig.

Dinsdag 20 februari geeft Dr. Sebastiaan de Vet een lezing over de  Geologie van het Zonnestelsel
 Samenvatting lezing

 Landschappen op vaste hemellichamen hebben fascinerend verhalen te vertellen. Ze ontstaan door de continue wisselwerking van landschapsvormende processen die van binnenuit en buitenaf het oppervlak van het hemellichaam vormgeven. Het planeetonderzoek probeert met een basis in het aardse landschap de landschappelijke verhalen van planeten en andere hemellichamen af te leiden. Aan de hand van parallellen, experimenten en prachtige satellietbeelden wordt onderzocht wat het oppervlak van een rotsplaneet, zoals Mercurius of Mars, prijsgeeft over de 4.6 miljard jaar durende ontwikkeling van het hemellichaam. En dat je met wat landschappelijke kennis je niet hoeft te beperken tot de rotsachtige hemellichamen, bewijst de (dwerg)planeet Pluto. Op deze ijswereld doen de landschapsvormende processen zo bekend aan, dat het landschap in sommige opzichten lijkt op die van de rotsplaneten. Ontdek in deze lezing hoe de geologie je op een andere manier naar de planeten en manen in het zonnestelsel leert kijken.

 De lezing wordt gehouden in het faculteitsgebouw van Lucht- en Ruimtevaart van de TU Delft, aanvang 19.30, Kluyverweg 1, 2629 HS Delft. Belangstellenden zijn ook van harte welkom.

 

 

Dinsdag 16 januari 2018 organiseren we een lezing over de Gaia missie door Dr. Anthony Brown met als titel: De Gaia Hemel. .

Beknopt CV

Ik ben in Leiden gepromoveerd in de sterrenkunde en heb daarna een aantal jaren in het buitenland gewerkt (Mexico, Duitsland). Sinds 2001 ben ik weer werkzaam op de Sterrewacht in Leiden. Ik ben sinds 1997 betrokken bij Gaia voornamelijk bij het ontwikkelen van het fotometrische instrument en het voorbereiden van de verwerking van de fotometrische gegevens. Ik zit ook in het Gaia Science Team. Dat is het ESA adviesorgaan dat alle Gaia activiteiten overziet vanuit de wetenschappelijke hoek. Sinds eind 2012 ben ik voorzitter van het Gaia Data Processing and Analysis Consortium. Dit is het samenwerkingsverband van ongeveer 450 Europese wetenschappers die de gegevensverwerking van Gaia voorbereiden en uitvoeren.

Samenvatting lezing

De Gaia ruimte missie, gelanceerd op 19 December 2013, is een ESA Cornerstone project met als belangrijkste wetenschappelijke doel om de structuur en ontstaansgeschiedenis van de Melkweg te ontrafelen. Dit wordt gedaan met behulp van een stereoscopische `census' van 1 miljard sterren, waarbij nauwkeurig de afstanden en ruimtelijke bewegingen van de sterren gemeten worden. Om deze census goed te kunnen interpreteren meet Gaia ook nauwkeurig de kleuren van de sterren (fotometrie), waaruit de leeftijd en chemische samenstelling kan worden afgeleid.

De astrometrische metingen van Gaia zullen meer dan 100 keer zo nauwkeurig zijn als die van de Hipparcos missie. Gaia metingen hebben een nauwkeurigheid van 10 microboogseconden, ongeveer 3 miljardste graad. Dit correspondeert met de hoek die een Euro munt opspant op de maan gezien vanaf de aarde!

Het resultaat van deze missie zal een nauwkeurige 3D kaart van de hele melkweg zijn waarbij ook de bewegingen van alle sterren en hun astrofysische kenmerken (zoals leeftijd, massa, chemische samenstelling, enzovoort) vastgelegd zullen zijn.

In deze lezing zal ik eerst bespreken waarom deze missie van belang is voor sterrenkundig onderzoek. Op 14 september 2016 verscheen de eerste publicatie van Gaia gegevens en ik zal de wetenschappelijke resultaten daarvan bespreken.

De lezing wordt gehouden in het faculteitsgebouw van Lucht- en Ruimtevaart van de TU Delft, aanvang 19.30, Kluyverweg 1, 2629 HS Delft. Belangstellenden zijn ook van harte welkom.

 

Dinsdag 21 november 2017 presenteren we de tweede lezing van het seizoen. Dr. Rob van Gent zal spreken over “Het Antikythera mechaniek”.

Beknopt CV

Rob van Gent studeerde astronomie aan Universiteit Utrecht, waar hij in 1989 de doctorstitel behaalde. Van 1989 tot 1999 werkte hij als Curator Astronomie bij het Museum Boerhaave in Leiden. Zijn huidige werkplek is het Instituut voor de Geschiedenis en Grondslagen van de Natuurwetenschap in Utrecht. Zijn belangstelling gaat uit naar kalenders, chronologie, geschiedenis van astrologie, cartografie, navigatie, stellaire en planetaire astronomie en alles dat maar enigszins verwant is aan deze onderwerpen.

Samenvatting lezing

Het mechaniek van Antikythera (ca. 140- 80 v.Chr.) is een analoge computer die in 1901 uit een gezonken schip werd opgedoken, in de buurt van het Griekse eiland Antikythera. Het apparaat, met 29 door corrosie aangetaste bronzen tandwielen is te zien in het Nationaal Archeologisch Museum van Athene en bleek gebruikt te kunnen worden om ingewikkelde astronomische tijdsberekeningen mee uit te voeren, zoals het berekenen van zonsverduisteringen. In 2008 werd ontdekt dat het daarnaast ook de kalender van culturele evenementen (de Olympische Spelen en de Spelen van Naa in Dodona) kon weergeven.

Het uit de eerste of tweede eeuw voor Chr. stammende mechaniek bestaat uit verschillende lagen gegraveerde platen en tandwielen. Het mechaniek gaf informatie over de stand van de zon, de maan en vier van de toen bekende planeten. Een maanwijzer gaf de maanfasen weer, een andere wijzer gaf informatie over de opkomst en de ondergang van de voornaamste heldere sterren. Het was zo geavanceerd dat een datum ingevoerd kon worden door middel van een aantal draaischijven waarna de gewenste informatie op de wijzerplaten getoond werd. En omgekeerd, door de wijzer op een belangwekkende astronomische gebeurtenis te zetten - bijvoorbeeld een maansverduistering - kon de bijbehorende datum afgelezen worden. De datum werd aan de voorzijde aangegeven op de Egyptische 365 dags-kalender, en op de achterkant via de cyclus van Meton.

Naar schatting bestond het mechaniek uit circa 38 individuele tandwielen, waarvan slechts een deel gevonden is (29 tandwielen zijn via röntgenonderzoek geïdentificeerd). Voor het bepalen en reconstrueren van de werking hebben onderzoekers dan ook veronderstellingen moeten maken. Desondanks staat vast dat het mechaniek van Antikythera meer dan 1200 jaar het ingewikkeldste navigatie-instrument was dat geproduceerd is. Sommige tandwielen waren epicyclisch, anders gezegd een tandwieltje op een tandwieltje, zodat meer complexe zaken uitgerekend konden worden zoals zonsverduisteringen en maansverduisteringen.

Latere modellen kenmerkten zich door een veel lagere complexiteit met circa acht tandwielen. Het mechaniek getuigt van een vakmanschap dat pas in de 18e eeuw weer bereikt werd.


Op dinsdag 17 oktober 2017 presenteren we de eerste lezing van het seizoen 2017-2018. Dr. Peter Siegmund zal spreken over “Het klimaat in de afgelopen en komende 100 jaar”.

Beknopt CV

Dr. Ir. Peter Siegmund is natuurkundige, en heeft 30 jaar ervaring als onderzoeker bij het KNMI op het gebied van klimaat en klimaatverandering.

Samenvatting lezing

Door de stijgende concentratie van kooldioxide en andere broeikasgassen in de atmosfeer zal het klimaat op aarde veranderen. Zo'n klimaatverandering kan worden nagebootst met modellen van het klimaatsysteem: de atmosfeer, de oceanen, ijs, en de vegetatie. Deze modellen geven aan dat deze eeuw de temperatuur wereldwijd met 1 tot 4 graden Celsius zal stijgen. De afgelopen dertig jaar is de gemiddelde temperatuur op aarde geleidelijk aan hoger geworden. Dit is zeer waarschijnlijk grotendeels het gevolg van het versterkte broeikaseffect. Waarom lijkt de kans klein dat het hier gaat om een natuurlijke variatie in het klimaat? En waarom denken we het klimaat honderd jaar vooruit te kunnen voorspellen, terwijl we niet eens in staat zijn een goede weersverwachting van twee weken vooruit te geven? Wat voor redenen hebben we om onze voorspellingen van het toekomstige klimaat te vertrouwen, en welke redenen bezorgen ons twijfel over hun juistheid? Wat zijn de minder goed begrepen aspecten van het klimaatsysteem, en hoe proberen we onze kennis op die gebieden te vergroten?

In de lezing wordt ingegaan op deze en andere vragen over het klimaat in de afgelopen en komende 100 jaar. Een belangrijk doel van de lezing is het geven van een genuanceerd beeld over wat we weten en nog niet weten over de invloed van menselijk handelen op het klimaat.


Samenvattingen 2016-2017

Op dinsdag 28 maart 2017 presenteren we de zesde en laatste lezing van het seizoen 2016-2017. Prof. Henny Lamers zal spreken over “Het nieuwe Heelal: de mooiste resultaten van de Hubble Space Telescope”.

Beknopt CV

Henny J.G.L.M. Lamers (1941) studeerde natuurkunde en sterrenkunde in Nijmegen, Utrecht en Princeton (USA). Hij is emeritus-hoogleraar "Astrofysica en Ruimte Onderzoek" aan het Sterrenkundig Instituut van de Universiteit Utrecht. Hij heeft aan vele Amerikaanse universiteiten gewerkt. Zijn onderzoeksterrein bestrijkt vele facetten van sterevolutie en massaverlies. Hij was voorzitter van de selectiecommissie voor het waarnemingsprogramma voor sterren met de Hubble Space Telescope (HST). De laatste jaren doet hij onderzoek met de HST naar botsende melkwegstelsels. Hij publiceerde meer dan 400 wetenschappelijke artikelen in internationale vaktijdschriften en meer dan 25 artikelen voor leken. Hij is de auteur en editor van zeven boeken. 

Samenvatting lezing 

Sinds zijn lancering op 24 April 1990 heeft de Hubble Ruimte Telescoop een schat van opnamen gemaakt. Door de hoge kwaliteit van de telescoop en door zijn baan ver boven de aardse dampkring kunnen niet alleen veel scherpere opnamen worden verkregen dan vanaf de aarde, maar ook bij veel meer golflengten, o.a. in het ultraviolet.

Met de bestudering van die opnamen hebben we antwoord gekregen op een aantal vragen over de kosmos. Maar er zijn veel meer nieuwe vragen bijgekomen. Op een aantal gebieden heeft de Hubble zelfs een revolutie in ons denken over de kosmos veroorzaakt.

Veel foto’s hebben de pers gehaald. Maar slechts af en toe wordt er uitgelegd wat daarmee ontdekt is. Aan de hand van spectaculaire opnamen van de Hubble en met prachtige computersimulaties zullen de mooiste resultaten en de spectaculaire nieuwe inzichten besproken worden, onder andere over:

- het ontstaan van sterren

- de dood van sterren

- het ontstaan van melkwegstelsels.


Op dinsdag 17 januari 2017 organiseren we de vijfde lezing van het seizoen. Dr. Ir. Dominic Dirkx zal een presentatie houden over: “De positionering van planetaire missies”.

Beknopt CV

Dominic Dirkx is in 2011 afgestudeerd aan de TU Delft op de optimalisatie van de externe vorm van re-entry vehicles. Hierna heeft hij zich bezig gehouden met een andere kant van de ruimtewetenschap, met een onderzoek op het gebied van “Interplanetary Laser Ranging “, een techniek om de afstand tussen de Aarde en planetaire missies tot op enkele mm nauwkeurig te meten, waarop hij in 2015 gepromoveerd is.

Vervolgens heeft hij een postdoc gedaan bij het Joint Institute for VLBI (Very Large Base Interferometry) Europe (JIVE), waar hij analyses heeft uitgevoerd van de wetenschappelijke bijdrage van het PRIDE (Planetary Radio Interferometer & Doppler Experiment) op de JUICE (onderzoek van Jupiter en zijn manen) - missie. Sinds Februari 2016 is hij werkzaam als universitair docent aan de TU Delft, waar hij zich bezighoudt met onderzoek naar nieuwe methodes om de posities van planetaire missies te bepalen, met een nadruk op de toepassing in de planetaire wetenschappen.

Samenvatting lezing

In zijn lezing zal hij een breed overzicht geven van de wetenschappelijke kant van de positionering van planetaire missies: Hoe meten we de beweging van satellieten en landingsvaartuigen in het Zonnestelsel, wat is de wetenschappelijke informatie die wij hieruit kunnen afleiden, en wat zijn de kansen en uitdagingen voor de toekomst van dit vakgebied.


Op 17 januari 2017 zal Prof. E. van den Heuvel spreken over “Leven na de dood van Sterren: Witte Dwergen, Zwarte Gaten en Neutronensterren”.

Beknopt CV

Ed van den Heuvel (geboren in Soest 2-11-1940) is emeritus-hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij van 1974 -2005 directeur was van het Sterrenkundig Instituut. Hij studeerde wis-, natuur- en sterrenkunde aan de Universiteit van Utrecht, waar hij in 1968 promoveerde op een onderzoek naar de rotatie van sterren. In 1970 werd hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Brussel en in 1974 in Amsterdam. Hij deed onderzoek aan het ontstaan van neutronensterren en zwarte gaten en ontving voor zijn werk o.m. een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit van Leuven (1994), de Spinozaprijs (1995), de Descartesprijs van de Europese Commissie (2002), en een aantal andere nationale en internationale onderscheidingen. Hij is onder meer Honorary Fellow van de Indian Academy of Sciences in Bangalore en van de Royal Astronomical Society in Londen. Hij vervulde leidende functies in het Nederlandse sterrenkundig onderzoek en het Nederlandse en Europese Ruimteonderzoek (o.m. als voorzitter van SRON), en was oprichter van het Artis Planetarium in Amsterdam.

Samenvatting lezing

 Neutronensterren zijn de meest compacte concentraties van “normale” materie die we in de natuur kennen, met de sterkste zwaartekrachtvelden. Met een massa van zo’n 400 000 maal die van de Aarde hebben ze een middellijn van slechts 20 kilometer, niet meer dan die van Amsterdam. In feite zijn het reusachtige atoomkernen bijeengehouden door de zwaartekracht. Alles aan een neutronenster is extreem: de zwaartekrachtsversnelling aan hun oppervlak is 1011 maal die van de Aarde en hun magneetveld is 108 tot 1014 maal zo sterk als dat van de Aarde. De meeste van de thans bekende meer dan 2000 neutronensterren worden waargenomen als radio-pulsars: zeer regenmatig pulsende bronnen van radiostraling aan de hemel: de puls periode is de periode waarin de ster om zijn as wentelt: de snelst bekende draait meer dan 700 keer per seconde om zijn as.


Op dinsdag 13 december 2016 presenteren we de derde lezing van het seizoen. Dr. Daphne Stam zal spreken over “LOUPE, waarnemingen vanaf de maan”.

Samenvatting lezing

In 1995 werd voor het eerst een planeet bij een andere ster gevonden. Inmiddels weten we dat bijna elke ster aan de hemel planeten heeft, waaronder ook kleine en rotsachtige planeten zoals de aarde. Veel van de nu bekende exoplaneten draaien in nauwe banen om hun ster heen, hun oppervlaktetemperatuur zal honderden graden Celsius zijn. Er zijn ook planeten die ver van hun ster staan: daar zal het tientallen graden onder nul zijn. Maar we kennen ook planeten in de ‘bewoonbare’ zone van hun ster. De hoeveelheid warmtestraling is precies goed om vloeibaar water mogelijk te maken, essentieel voor leven zoals wij dat kennen. Recent nog werd de ontdekking van zo'n 'bewoonbare' planeet bij de ster Proxima Centauri bekend gemaakt. Een eerste stap in de zoektocht naar buitenaards leven lijkt het zoeken naar de aanwezigheid van water te zijn.

Wat weten we nu over de nu bekende exoplaneten, welke sporen kunnen een teken van leven zijn zoals wij dat kennen, en hoe denken astronomen die sporen te zullen kunnen vinden op planeten die vele lichtjaren ver weg van ons staan?

In deze presentatie zal de wetenschappelijk vraag en de werking van LOUPE worden uitgelegd. LOUPE is een instrument dat bij L&R van TUD in samenwerking met Astronomie in Leiden wordt ontwikkeld. LOUPE zal niet op een exoplaneet gericht worden, maar vanuit de ruimte, liefst vanaf de maan, onze aarde waarnemen alsof het een exoplaneet is. Die metingen zullen helpen om toekomstige metingen aan exoplaneten te interpreteren.


Op dinsdag 15 november presenteerden we de tweede lezing van het seizoen. Ir. Heero Bakker zal spreken over “Bestaat anti-zwaartekracht en wat zou dat betekenen voor de kosmologie?” 

Samenvatting lezing

Al sinds het ontdekken in de dertiger jaren van de vorige eeuw van antimaterie speelt de vraag of antimaterie omhoog “valt”. Dat wil zeggen dat materie en antimaterie elkaar afstoten in plaats van aantrekken. De algemene opvatting onder natuurkundigen was tot vóór enkele jaren dat antimaterie gewoon naar beneden valt, je werd niet serieus genomen als je wat anders beweerde!

Daar is verandering in gekomen door enkele wetenschappers die met goede nieuwe argumenten (op grond van de symmetrie eigenschappen van de Algemene Relativiteitstheorie) beweren dat antimaterie wél naar boven valt. Inmiddels is een aantal experimenten (ALPHA, AEGIS en GBAR) opgestart (o.a. bij de grote versneller van CERN in Genéve), daar zal ik wat over vertellen. Aan één van die experimenten (AEGIS) kan je zelfs meedoen door de sporen van deeltjes (op filmpjes te zien) te analyseren en naar CERN terug te sturen!

Waarom wordt er nu zoveel belang aan gehecht om te weten of antimaterie omhoog “valt”? Dat is omdat het hele grote repercussies heeft voor de kosmologie, het zou een totale revolutie betekenen. Vooral Dragan Hajdukovic en Massimo Villata hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van een nieuw kosmologisch model. Ik zal vaak refereren aan hun werk.

De zoektocht naar de (onvindbare) donkere materie (DM) en donkere energie (DE) kan gestaakt worden, de effecten van DM en DE kunnen worden verklaard door (gepolariseerde) virtuele kwantumgravitatiedipolen, (die een gevolg zijn van antigravitatie). Ook de raadselen van het onbegrepen inflatieveld, de verdwenen antimaterie en de (berekende) absurd grote vacuümenergie die uit het standaardmodel tevoorschijn komt, kunnen misschien worden opgelost.


Dinsdag 18 oktober 2016: Dr. H.A.R. den Bruin

"Spectaculaire verbetering weersverwachtingen"

 


Samenvattingen 2015-2016


Lezing Prof. Bert Vermeersen, 15 december 2015


Lezing Ir. Heero Bakker, 17 november 2015

 

"Exoplaneten en de Drakevergelijking"

De laatste paar jaar zijn er duizenden exoplaneten ontdekt, zowel met de ruimtetelescoop Kepler als met grote aardse telescopen. Een vrij groot gedeelte van die planeten bevindt zich in de zogenaamde “bewoonbare zone” (daar is vloeibaar water mogelijk). Een klein aantal daarvan is “aardachtig”. Schatting geven aantallen van miljarden aardachtige planeten in ons melkwegstelsel. 

De vraag is: kunnen we verwachten dat een (groot) aantal daarvan leven of zelfs intelligent leven huisvest? De Drake-vergelijking is een hulpmiddel om daarvan een schatting te maken.De afgelopen jaren zijn daarover vele publicaties verschenen. Aan de hand van een aantal recente boeken over dit onderwerp ga ik in op die vraag “Is er intelligent leven in onze Melkweg”. Ik bespreek aan welke voorwaarden moet worden voldaan wil je een planeet leefbaar te noemen. Dat zijn er vele! Ook moeten de voorwaarden gedurende zeer lange tijd (miljarden jaren) gehandhaafd blijven. En ook, eventuele calamiteiten mogen gedurende die periode niet zo groot zijn dat alle leven van de planeet verdwijnt.Verder ga ik in op het ontstaan van leven en de evolutie daarvan op “maagdelijke” planeten en de eventuele kans op “bevruchting” via andere planeten. Tot slot probeer ik een schatting te geven van de tijd dat eventueel geëvolueerde intelligente wezens een hoogstaande technologische samenleving kunnen handhaven en zo de kans op contact in te schatten.  


Lezing Drs. J.T. Pijlo over Sterclusters

Mevr. Pijlo is bezig met haar promotieonderzoek naar sterclusters aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit Leiden. Voorheen heeft zij haar bachelor Natuurkunde, bachelor Sterrenkunde en Master Sterrenkunde aan de Universiteit van Leiden gehaald.

 

Sterrenhopen vormen belangrijke onderdelen van melkwegstelsels en de meest bekende soorten sterrenhopen zijn de bolvormige sterrenhopen (Globular Clusters) en open sterrenhopen (Open Clusters). Bolvormige sterrenhopen bestaan uit tientallen duizenden tot miljoenen sterren en zijn zeer sterk gebonden, terwijl open sterrenhopen doorgaans maximaal een aantal duizenden sterren bevatten en een veel minder sterk gebonden systeem vormen. Maar hoe zagen die sterrenhopen er in het begin uit (hoe massief, hoe groot), direct na hun vorming, of beter gezegd, nadat al het gas uit de cluster was verdwenen? Dat is een van de onderzoeksvragen en in deze lezing zal zij laten zien hoe ze op die vraag een antwoord proberen te geven.